Op zaterdagavond 10 april ’21 kwam ds. P.J. Visser spreken over het thema ‘Ik geloof de opstanding en eeuwig leven.’ Hieronder is een samenvatting gemaakt van deze mooie avond.

Een eeuwig leven is niet alleen van hierna, maar ook van het hier en nu. Dat is het leven, wat God Zelf geeft. Dan heb je een open oor en oog voor God.

Wij zijn dood in zonden en misdaden. Als het over God gaat, valt alles stil. Is er iets begonnen te leven? Dan heb je Zijn stem gehoord. Dan heb je beroep gedaan op Zijn genade. Dan wordt het eeuwige leven geboren. Hij heeft ons wel liefgehad. Hij, met Zijn grote barmhartigheid. In Christus zijn we gered. Uit genade ben je dan zalig geworden. Ons bestaan is dan meegegaan in de dood van Christus. Niet uit ons, maar uit God. Wat de Geest begint, gaat ook door. Door de crisis ontdek je wie God is. Het is iets van God. Wat Christus heeft gedaan is de Bron. God is niet te trots om zichzelf over ons te buigen. Ook als Hij de laatste is, waar je naartoe gaat.

Eeuwig leven, dat is genade. Wat God begonnen is, breekt niet af. Als je hier je laatste adem uitblaast, dan ben je daar volmaakt, in de heerlijkheid van de hemel. De dood is een doorgang. Stefanus zag de hemelen geopend, terwijl er over zijn dood werd beslist. Stefanus wordt door Christus zelf onthaald. De moordenaar aan het kruis ook, daar was de hemel ook dichtbij. Je ziet geen dood en verderf, maar heerlijkheid. Dan is de hemel dichtbij. Nu jaagt de dood geen angst meer aan. De laatste vijand kan dan alleen maar dienstbaar meer zijn, omdat de dood alleen maar in de heerlijkheid kan brengen. Gekocht met Uw bloed. Gezocht uit alle taal, natie en geslacht. Dan zullen we als koningen heersen op de nieuwe aarde. De hemel is het begin van de heerlijkheid. In de hemel is intussen verlossing. Het is verlossing, maar het einde nog niet. Er zal een eerlijk oordeel komen, dan worden de boeken geopend. Ieder, die geschreven is in het boek van het Lam mag inkomen in het eeuwige leven. Dan zal de wereld in vuur ten ondergaan. De komt er een nieuwe aarde zonder mankementen. De aarde zal zijn als Jeruzalem. Stad van God en van vrede. Wij mogen heersen over deze nieuwe aarde. Ons leven zal voorgoed aan Hem Zijn toegewijd. Er is een stuk aanbidding en loflied. Daar kom je tot ontplooiing, zoals je hier nog nooit tot ontplooiing bent gekomen. Je krijgt daar een nieuwe naam!

Ik geloof in de opstanding van het lichaam! Daar geeft Hij aan wat jij mag zijn in alle eeuwigheid. Ons bestaan zal gelijk worden aan het heerlijk lichaam van Christus. Denk er eens aan hoe groot Gods genade is? Je kunt ernaar uitzien al kun je er niets van begrijpen.

Er zal herinnering zijn aan dat wat God zelf heeft gedaan in ons leven. God zal zich ook het onze herinneren. Dat wat er voor God toe doet, wordt opgehaald. Dat staat in Gods gedenkboek. Dat houdt Zijn waarde.

Er zal herkenning zijn, zelfs op zo’n manier als we hier nog nooit hebben meegemaakt. Na Pasen herkenden ze Jezus ook in het Opstandingslichaam. Op de berg van de verheerlijking herkennen de discipelen ook Mozes en Elia. De gezaligden zullen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob. Teken van gemeenschap. Geen moment zal je daar een vreemde zijn. God Zelf zal het middelpunt zijn. De herkenning zal niet meer zijn in dezelfde verhouding. Het zal vertrouwder zijn dan ooit. Niet alles kun je volgen over de opstanding en het eeuwig leven, maar intussen kun je jezelf er wel op verheugen.

Vragen:

 

  • Het ging over de opstanding ‘ik leef maar niet meer ik, Christus leeft in mij…’ wat ik moeilijk vind is: ‘ik ben met Christus gekruisigd’. Wat betekent dit in mijn leven?

Angst en hoogmoed om de wet te doen, dat deed Paulus voor zijn bekering. Dat leven is in Christus aan het kruis gegaan. Ik leef, want Christus is opgestaan. Met dat je verzoend bent, leeft Christus in mij. Niet meer van mijzelf, maar van de Ander. Je behoort een Ander toe, maar je verandert steeds meer. Je wordt veranderd in je denken, doen en laten. Door de Geest wordt er ook echt iets vernieuwd. Het is nog niet, wat het zou moeten zijn. Het gaat toch die toekomst tegemoet.

 

  • Als kind van God is er perspectief, een perfect uitzicht. Toch ben ik zo bezig met de aardse dingen. Hoe kan ik mij richten op de eeuwige heerlijkheid?

Niet door te dromen. Je leeft ook in deze werkelijkheid. Je wordt geroepen om voor Hem te leven. Je zult altijd tegen gebrokenheid en tekort oplopen. Hier beneden is het niet. De hoop wordt gaande gemaakt, door het lijden en de gebrokenheid.

 

  • U had het over een bepaald omkeerpunt, niet meer vanuit de oude mens leven, maar vanuit de nieuwe mens. Is dit ‘omkeerpunt’ iets wat een keer duidelijk gebeurd moet zijn of zich opbouwt/steeds terugkeert?

Dat is verschillend. Paulus is een omkeerpunt (3 dagen). Zacheüs is veel korter. In de Bijbel zijn niet zulke lange bekeringsverhalen. Timotheüs is bij de opvoeding langzaam gegaan. De mooiste bekeringen zijn van kinds af aan Hem leren vertrouwen en liefhebben.

 

  • Wat wordt bedoeld met ‘een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen’. Als de hemel niet het uiteindelijke doel is?

Dat betekent dat je eeuwig thuiskomt bij God. Bekleed wordt met de heerlijkheid van God. We zullen Hem gelijk zijn. Eeuwig in de heerlijkheid van God. De heerlijkheid belooft een nieuwe aarde. Het wordt één geheel.

 

  • Geloven in het eeuwige leven, geeft ook dit tijdelijk leven perspectief, hoop en verwachting. Toch gaat het mijn begrip zo ver te boven, dat ik vaak heen en weer geslingerd wordt tussen twijfel, angst en dan weer hoop. Eigenlijk…ongeloof. Heeft u hierin adviezen?

Dit geloof ik, maar dat gaat mijn begrip ook ver te boven. Als je dit jezelf indenkt, loop je tegen allerlei grenzen aan. Het gaat mijn verstand te boven, toch is het mijn hoop. De duivel wil je niet stimuleren om daarnaar uit te kijken. Het leven is ook onbegrijpelijk als je erover nadenkt. Zo onbegrijpelijk is ook de toekomst. Als we straks in opstaan, zullen we ons er alleen maar eindeloos over kunnen verheugen.

God weet wat hij doet, laten we dat dan ook maar aan Hem overgeven.

De boze maakt de hemel zwart om ons ervan te weerhouden. We moeten helder hebben, wat ons beloofd is. Dat er hoop en verlangen wordt gewerkt. Ds. P.J. Visser heeft hierover een boekje geschreven met als titel ‘de hemel dichterbij’.